Op deze bladzijde vindt U een aantal termen en begrippen die misschien nuttig kunnen zijn. Zo proberen we duidelijkheid te scheppen en geven we antwoord op veel gestelde vragen. Veel van deze trefwoorden zult U als patiënt zeker en vast terugvinden op het kinesitherapievoorschrift dat de dokter U meegeeft.
Uiteraard is het voor ons onmogelijk alles te behandelen en hebben we bewust geprobeerd de verklaringen eenvoudig en duidelijk te houden. U kunt voor verdere uitleg en informatie altijd terecht via e-mail.

 

A

J
N
Q
X
Y

Acromioplastie :



Bij deze operatie wordt een stukje bot weggehaald van het acromion. Dit is een onderdeel van het schouderblad en het vormt een dak boven het schoudergewricht, waar de opperarm in het kommetje zit van het schouderblad.
Wanneer dit uitsteeksel, meestal congenitaal (van geboorte af), té groot is, kan er peesslijtage optreden. De groep pezen die onder het acromion lopen, wordt de rotator cuff genoemd.
Deze ingreep kan via een arthroscopie gebeuren. Zie "arthroscopie".

Actieve oefentherapie :

de bewegingen worden door de patiënt zelf uitgevoerd.

Activopassieve oefentherapie :

de patiënt beweegt, geassisteerd door de therapeut. Dit kan gaan om hulp bij het bewegen of het geven van weerstand.

Adductoren :

groep spieren die een lidmaat dichter bij het lichaam brengt. Zo kennen we concreet de adductoren aan de binnenzijde van het bovenbeen. Deze veroorzaken vaak problemen in de liesstreek en onder het schaambeen. We spreken dan van een tendinopathie van de adductoren.

Top

Arthritis :

ontsteking binnenin een gewricht. Vaak gaat het hem om meerdere gewrichten.
Deze ontsteking kan het gevolg zijn van een trauma of overbelasting. Soms kan een autoimmuunproblematiek aan de basis liggen.
Zie "Autoimmuunziekte".

Arthroscopie :

operatieve techniek waarbij , via kleine openingen, een gewricht intern wordt geïnspecteerd en/ of chirurgisch behandeld.

Arthrose :

gewrichtsslijtage, met letsels van het kraakbeen in verschillende gradaties. De ruimte tussen de gewrichtsvlakken wordt nauwer, tot uiteindelijk beide botten rechtstreeks met elkaar in contact komen.
Arthrose hoeft niet per sé pijnlijk te zijn, vaak gaat het hem om een normaal slijtageproces. Pas wanneer er bijkomende onstekingsverschijnselen optreden ontstaat er pijn. Zie "Gonarthrose" (knie), "Coxarthrose" (heup), "Pseudarthrose".

Top

Autoimmuunziekte :

ziekte waarbij het lichaam eigenlijk zichzelf gaat beschadigen. Er onstaat een afweerreactie met antistoffen die, eenmaal ze zich binden met onze cellen, vernietigende gevolgen heeft. Lupus, rheumatoïde arhtritis, ziekte van Bechterew,...zijn véél voorkomende ziektes.
Via kinesitherapie bestrijden we de gevolgen van deze ontstekingen.

Bekkeninstabiliteit :

komt vaak voor perinataal omdat het bekken zich sterk moet aanpassen aan de zwangerschap. Hormonaal worden alle gewrichtsbanden en spieren iets soepeler om het uitzetten van de buik en het bekken mogelijk te maken. Wanneer dit echter pijn en statiekproblemen geeft moet er ingegrepen worden. Dit kan via een aangepast oefenschema, waarbij de buik- en bekkenbodemspieren getraind worden.

Carpal tunnel syndroom :

een zenuwaandoening binnen de carpus of handwortel, waarbij de nervus Medianus teveel druk ondervindt. Deze zenuw loopt onder een brede band die de pols aan de handpalmzijde overspant. Wanneer die band, vaak door overbelasting, teveel gaat wrijven of gaat zwellen ontstaan er problemen in de hand.
Zie "Handwortel"

Chondromalacia patellae :

kraakbeenlijden aan de achterzijde van de knieschijf. Er zijn verschillende oorzaken, zoals groeistoornissen, slijtage door verkeerd gebruik of overuse, trauma (bvb. dashboardtrauma, val op de knieschijf,...), verkeerde positie van de schijf door spieronevenwicht, anatomische afwijkingen, enz...

Top

Coxarthrose :

heuparthrose, waarbij de heupkop (bovenste deel van het dijbeen) dichter bij de heuppan komt door een vermindering van de kraakbeenlagen.

Craniosacrale therapie :

zie "Osteopathie" op onze startpagina

Cyriaxfricties :

ook diepe, dwarse fricties genoemd. Wij gebruiken deze methode, ontwikkeld door de Engelse arts J. Cyriax, specifiek bij pees- en peesschedeontstekingen. Ook bij verrekkingen en spierscheuren kan deze therapie genezend werken. Manueel geven we dwars op de vezels een korte, ritmische rekbeweging.
Lokaal geeft dit binnen een paar minuten een effectieve pijnstilling. Dit omdat de hersenen endorfines sturen naar de pijnplek. Endorfine is algemeen beter bekend onder de naam morfine, de synthetische vorm. Endorfine is dus lichaamseigen en werkt uiterst pijnstillend.
Bijkomend geven de fricties een versoepelend effect, door het bewegen van de vezels. De lokale bloedcirculatie verhoogt.

Diepe, dwarse fricties :

zie "Cyriaxfricties"

Discus :

tussenwervelschijfje. Tussen de wervels zit er telkens een kraakbeenplaatje. Dat plaatje ziet er in doorsnede ongeveer uit als een dwars doorgesneden ui. De discus is alzo opgebouwd uit ringen, met een centrale gelei-achtige kern. Wanneer die ringen gaan barsten kan de kern beginnen verhuizen en eventueel naar buiten komen binnen het wervelkanaal. Daar ligt echter ons ruggemerg met de verschillende uittredende zenuwwortels (zoals bvb. de Ischiaszenuw). Zo kan overdruk en wrijving onstaan met een ev. zenuwproblematiek als gevolg.
Bij de hernia stulpt er kernmateriaal naar buiten en dat geeft zenuwcompressie/ druk.
Bij een bulging (Engels voor uitstulping) komt er nog geen kern naar buiten, maar beginnen de ringen zich te vervormen.
Beide vormen zijn een teken van discusslijtage of discarthrose.

Top

Drophand :

onvermogen om de rug van de hand omhoog te heffen. De hand en de vingers hangen af en de grijpfunctie valt weg/ vermindert.
Zie "Electrostimulatie", "Verlamming".

Dropvoet :

al dan niet gehele uitval van de spierfunctie in het onderbeen (voorzijde). De tenen en de voet kunnen niet of slechts weinig omhoog geheven worden. Daardoor hangt de voet naar beneden en gaat de patiënt slepen. Trappen gebruiken en een stoeprand opgaan worden vaak moeilijk.
(zie "Electrostimulatie", "Verlamming")

Dupuytren (Ziekte van-)

verdikking van het weefsel (fascia)juist onder de huid van de handpalm. Er vormen zich aanvankelijk knobbels, die langzaamaan veranderen in hele strengen verdikt bindweefsel.
Vervolgens kunnen de vingers naar een gebogen positie evolueren, met het verlies van de strekking. De grijpfunctie vermindert of valt zelfs volledig weg.
Deze verdikking kan operatief worden weggenomen, waarna intensieve kinesitherapie de soepelheid en functionaliteit van de hand moet helpen herstellen.
De oorzaak is onbekend en er zijn nog geen bewijzen dat overdreven handenarbeid aan de basis zou kunnen liggen van deze ziekte. Meestal treft men dit probleem aan bij mannen, ouder dan 40 jaar.

Electrotherapie :

we maken gebruik van electriciteit om via de huid in het lichaam bepaalde reacties te veroorzaken. Via electrotherapie kunnen bepaalde chemische stoffen transcutaan (door de huid) ingebracht worden. Dit proces neemt men ionisatie.
Wij passen enkel electrostimulatie toe en plaatsen indien nodig een TENS-toestel (zie "TENS").
Electrostimulatie heeft als doel de spierkwaliteit en de spanning (tonus) optimaal te houden en het krachtverlies te beperken. Patiënten met verlammingsverschijnselen komen hiervoor in aanmerking. Zonder actieve deelname van de patiënt kunnen we de spieren doen aanspannen (contraheren). Zie ook drophand , dropvoet, CVA, hernia.

Eppley-manoeuver :

specifieke behandeling toegepast bij de benigne (goedaardige), paroxysmale vertigo (positievertigo). De steentjes in het slakkenhuis worden teruggepositioneerd, door het hoofd van de patiënt van een vast patroon te bewegen en te positioneren. Zie "vertigo".

Top

Facialisparalyse/ parese :

al dan niet gedeeltelijke verlamming van de Facialis-zenuw (aangezichtszenuw). Gevolg is o.a. verlamming van de lippen en kaakspieren. de mond kan niet meer volledig gesloten worden en de mimiek vermindert (lachen). Het praten verloopt moeizaam en eten en drinken wordt een probleem. De lippen hangen af (meestal slechts aan één zijde).
Via electrostimulatie moeten de aangezichtsspieren geactiveerd/ gestimuleerd worden.
Zie "Verlamming", "Electrostimulatie".

Fonoforese :

het via ultrason toepassen van een medicatie onder gelvorm. Door de gel te gebruiken als tussenstof, zal de ultrason de opname versnellen.

Fractuur :

breuk van bot

Top

Fricties :

zie "Cyriaxfricties", "Diepe, dwarse fricties"

Frictiesyndroom :

problematiek waarbij een pees gaat schuren en wrijven over een beenderig uitsteeksel. De pees gaat reageren en wat zwellen met pijn als ev. gevolg. Aanpassing van de activiteit is noodzakelijk.

Frozen shoulder :

het gewrichtskapsel is door ontstekingsverschijnselen teruggetrokken en is zijn beweeglijkheid al dan niet volledig verloren. Wanneer we de arm omhoog heffen gaat dit vlies als een gordijn open, de plooien strijken zich als het ware glad. Bij de frozen shoulder zit dit kapsel in de problemen en daardoor gaat het gordijn niet normaal open. Het schouderblad beweegt té vroeg mee en de opperarm wordt té vroeg geremd. Er is aldus een duidelijk verlies van beweeglijkheid en bepaalde handelingen worden onmogelijk.
In een vergevorderd stadium is de frozen shoulder niet meer pijnlijk.
Elke PSH kan leiden naar een vervrozen schouder. Vandaar de absolute noodzaak om een PSH direct en consequent aan te pakken.

Fysicotherapie :

gebruik van ijs of warmte.
Ijs veroorzaakt ontzwelling (afkoelen is krimpen) , pijndemping en een verhoogde bloedcirculatie. Vandaar dat de huid rood wordt bij ijstoepassing.
Warmte is een stuk aangenamer en werkt ontspannend. Er treedt ook een verhoogde bloedaanvoer op, maar die blijft minder lang aanhouden.
Al naargelang de toestand van de patiënt en de problematiek passen we één van beide toe.
Bij het wisselbad moet de patiënt koude en warmte afwisselen. Zo veroorzaken we een afwisselend krimpen en uitzetten van de bloedvaten, een soort vaatgymnastiek.

Top

Gewrichtsband :

zoals de naam zelf zegt liggen deze banden rondom alle gewrichten. Ze zorgen voor stevigheid en remmen het einde van de beweging af. De belangrijkste functie van de gewrichtsbanden is echter de zogenaamde proprioceptie (zie "Proprioceptie")

Golfelleboog :

een tendinopathie (peesontsteking) aan de binnenzijde van de elleboog.

Gonarthrose :

arthrose in het kniegewricht (zie "Arthrose")

Handwortel :

de carpus of de handwortel vormt de overgang van de onderam naar de hand. Een hele groep kleine botjes vormen het polsgewricht.

Hernia :

zie "Discus"

Hielspoor :

een kalkhoudend uitsteeksel dat zich heeft gevormd aan de onderzijde van het hielbeen, in de voetzool. Dit kan door overdruk en wrijving pijn en ontstekingsverschijnselen veroorzaken. Vaak is er een periode van hiel- of voetzoolpijn aan voorafgegaan vooraleer een spoor effectief zichtbaar wordt op radiografie.

Houdingscorrectie :

zie "Houdingstherapie", "Rugschool"

Top

Houdingstherapie :

correctie van een verkeerde houding door eerst en vooral het bewust worden van een slechte houding. We bekijken de patiënt vanuit verschillende ooghoeken en houdingen. Via oefentherapie en aangepaste stretching geven we de juiste richting aan. Via digitale fotografie zijn we nu in staat om de normale, vaak slechte houding te gaan vergelijken met een gezonde statiek/ positie.

Hyperlaxiteit :

overdreven soepelheid van de weke delen. Dit kunnen zowel spieren, pezen als gewrichtsbanden zijn. Hyperlaxiteit kan leiden tot vervroegde slijtage, spier- en gewrichtspijnen, subluxaties en frequente verstuikingen.

Inflammatie :

ontsteking als gevolg van beschadiging van weefsel. Het lichaam reageert op het trauma (breuk, scheur, overgebruik, factoren van buitenaf zoals bacteriën, virussen, overdreven warmte, koude of chemische stoffen,...). We zien over het algemeen zwelling onstaan, eventueel gecombineerd met warmte en roodheid. Bijkomend wordt normaal bewegen sterk of volledig beperkt.
In dit stadium werken we in onze behandelingen zuiver op het beperken van de zwelling en de warmte. Gebruik van ijspakkingen of ijsfricties (met ijsblokjes) worden frequent toegepast. De patiënt moet dit verder thuis toepassen. Wij begeleiden daarbij via advies en tips.
Hoogstand zal de zwelling verder indammen. Ook hierbij geven wij praktische hints. Eventueel plaatsen we een drukverband.
Via kinesiotape kunnen we indien nodig en mogelijk ingrijpen. Via deze rekbare taping versnellen we de afvoer van overtollig vocht en bloeduitstortingen.

Innervatie :

bezenuwing

Ischias :

pijn via de ischiaszenuw of de Nervus Ischiadicus. Deze vertrekt onderaan in de rug en loopt naar het been.
De oorzaken van pijn in deze zenuw kunnen heel verscheiden zijn. Tussenwervelschijfproblematiek, waarbij een deel van deze discus tegen de zenuwwortel aanwrijft, ligt vaak aan de basis.
Bij het Piriformissyndroom krijgt de zenuw te weinig ruimte ter hoogte van de Piriformisspier in het zitvlak. Overdruk veroorzaakt dan vaak ontstekingsverschijnselen en pijn.

Kinesiotape :

heel licht rekbaar kleefverband dat wordt toegepast indien er lokale zwelling aanwezig is. Kan ondersteunend werken bij verzwakte spieren en versnelt bovendien het verdwijnen van blauwe plekken (ecchymoses). Wij passen kinesiotape toe bij verschillendetypes spier- en peesproblemen en bij zwelling.

Kyphose :

In het voorachterwaartse vlak maakt onze wervelzuil een normale kromming. Ter hoogte van de ribbenkast zien we de kyphose of bolle rug.
Wanneer die kromming te sterk wordt spreken we van een hyperkyphose.

Top

Kraken :

zie "Osteopathie" in onze startpagina

Lengtetractie :

het geven van een trekkracht in de lengte van een lidmaat of van de wervelzuil.

Ligament :

zie "gewrichtsband"

Lordose :

Normale kromming van de wervelzuil in het voorachterwaartse vlak. Zowel de nek als de onderrug vertoont een normale uitholling of lordose.
Wordt die uitholling te erg, dan spreken we van een hyperlordose.

Top

Lumbago :

lendengeschot, spit. Lage rugpijn met verhoogde spierspanning van de rugspieren. Vaak veroorzaakt de soms hevige pijn een schuinstand van de rug. De oorzaak is niet altijd heel duidelijk en de symptomen heel divers. Beschadiging van rugspiervezels, ruggewervelgewrichtjes of gewrichtsbandjes door overbelasting of geforceerde bewegingen liggen waarschijnlijk aan de basis.

Luxatie :

trauma waarbij de beide onderdelen van een gewricht volledig van elkaar gescheiden geraken. Ontwrichting.

Massage :

het manueel bewegen van de huid en de onderliggende spieren. Dit gebeurt meestal met een massagemelk/ olie. Indien aangewezen gebruiken we een etherische olie om bvb. de ontspanning te bevorderen.
Door massage worden zowel bloed- als lymfecirculatie aangewakkerd. Dit werkt genezend, ontzwellend en vaak pijnstillend. De mechanische prikkel ter hoogte van de huidzenuwen geeft een dempend effect op de originele pijn.
Wij opteren ervoor onze massage enkel manueel uit te voeren. Zo voelen we beter aan waar de spanning zich ophoopt, waar spierverhardingen zitten of hoe het gesteld is met de zwelling.

Meniscectomie :

het al dan niet volledig weghalen van een meniscus. Wanneer de mensicus slechts gedeeltelijk wordt weggenomen spreekt men van een partiële meniscectomie.

Meniscus :

kraakbeenderig schijfje. In elke knie zitten er zo twee, een binnenste en een buitenste. Ook in het gewrichtje tussen sleutelbeen en borstbeen zit er een meniscus. Dit schijfje zorgt voor de aanpassing tussen beide botuiteinden en geeft een goeie schokdemping.

Top

Oedeem :

zwelling, waarbij er onderscheid moet worden gemaakt tussen veneus- en lymfoedeem. Deze zwelling kan traumatisch zijn of het gevolg zijn van circulatieproblemen (bloed en/ of lymfe). Oedeem treedt ook op bij inflammatie.

Oefentherapie :

bewegen heelt het lichaam en daarom zit er in elke behandeling een gedeelte bewegingstherapie. Kinesitherapie is “bewegingstherapie”. Uit het Grieks komt het woordje “kinein”, wat “bewegen” betekent. De kinesitherapeut is dus een bewegingstherapeut, die gebruikt maakt van de natuurlijke mobiliteit van de weefsels en ze stimuleert.
Beweging is de beste medicatie.
Elke aandoening, elk probleem eist zijn specifieke bewegingsaanpak.

Ontwrichting :

zie "Luxatie". Zie eveneens "Subluxatie".

Passieve oefentherapie :

de bewegingen worden door de therapeut uitgevoerd, zonder actieve deelname van de patiënt

Patella :

knieschijf. Die bevindt zich aan de voorzijde van de knie. De grote dijspiergroep aan de voorzijde van het bovenbeen (femur) zit bovenaan vast op dit stuk bot. Aan de onderste punt van de knieschijf zit een sterke pees, de patellapees. Deze hecht zich stevig vast aan het scheenbeen (tibia).

Top

Pees :

onderdeel van de spier. Een pees vormt de overgang van de spiervezels naar het been/ bot waar de spier zijn invloed moet op uitoefenen. Via deze pezen oefenen de spieren hun kracht uit op het skelet/ geraamte.

Peessutuur :

het herstellen van een scheur in een pees.

Perinatale kinesitherapie :

kinesitherapie rond de geboorte. De prenatale kinesitherapie bereidt de toekomstige moeder fysiek en mentaal voor op de bevalling.
Circulatieoefeningen en ademhalingscontrole staan hier centraal. Bijkomend krijgt de zwangere vrouw allerlei informatie omtrent de komende maanden én haar bevalling.
Postnatale kinesitherapie moet de kersverse moeder helpen herstellen van de zware periode die ze achter de rug heeft. Een zwangerschap is eigenlijk best wel een aanslag op het lichaam van de vrouw. Oefeningen om de buikspieren, die enorm uitgerekt zijn, te versterken vormen een belangrijk onderdeel. Bij bekkeninstabiliteit wordt een specifiek schema toegepast.

Postnatale kinesitherapie :

zie "Perinatale kinesitherapie".

Prenatale kinesitherapie :

zie "Perinatale kinesitherapie"

Top

Proprioceptie :

het besef van beweging houdt in dat onze hersenen constant een perfect idee hebben van de stand van elk gewricht in heel ons lichaam. Onze hersenen beschikken over een ingewikkeld programma om op de hoogte te blijven van onze ruimtelijke positie. Zo zijn we in staat om achter de rug het cijfer twee te tonen, zonder dat we zien wat we doen. Binnenin de gewrichtsbanden zitten speciale cellengroepen die constant informatie doorspelen naar dat programma.

Podologie :

het controleren van de voet, zowel naar vorm als naar functie toe. Indien noodzakelijk worden er steunzolen aangemaakt om de statiek te normaliseren en de voetbelasting beter te verdelen. Wij werken vaak samen met podologen omdat het vaak niet meer mogelijk is om zonder hulpmiddelen de belasting van de voeten te normaliseren. Een verkeerde voetfunctie is nefast voor het hele lichaam.

Pseudarthrose :

wanneer bij een botbreuk (fractuur) de gebroken stukken bot niet terug aan elkaar groeien (callus) kan er een vals gewricht ontstaan. De breukhaard blijft beweeglijk en er vormt zich geen kalk.

PSH :

periarthritis scapulohumeralis of eenvoudiger gezegd een onsteking rond de schouder of het schouderblad (scapula). Het betreft hier vaak een tendinopathie van de rotator cuff in de schouder. Die cuff wordt gevormd door de pezen van de Supraspinatus, de Infraspinatus, de Subscapularis en de Teres minor. Zo zitten deze spieren vast op het opperarmbeen (humerus) en verbinden ze dit bot met het schouderblad.
Wanneer één of meerdere van deze pezen is aangedaan of beschadigd kan er pijn en/ of inflammatie ontstaan.
Het meest frequent komt de Supraspinatus in de problemen. Cyriaxfricties werken uitermate efficiënt in dit geval, mits er vooraf duidelijk werd vastgesteld of er geen scheuren, noch verkalkingen (calcificaties) aanwezig zijn.

Rheuma :

zie "Autoimmuunziekte"

Top

Rotator cuff :

zie "PSH".

RSI :

repetitive strain injury is een vrij recente benaming voor spierklachten, door aanhoudende overbelasting. Verhoogde spierspanning kan microscopisch kleine scheurtjes / letsels veroorzaken, die naar verloop van tijd uitgebreide klachten kunnen geven. Nekpijn, hoofdpijn, het trapeziussyndroom, schouderklachten...zijn soms het gevolg van RSI. Dit syndroom is vaak gebonden aan een bepaalde arbeidssituatie.
Langdurig en veelvuldig herhalen van beperkte bewegingen eist vaak zijn tol. Zo zijn secretaresses en bandwerkers de eerste slachtoffers, daar zij vaak té veel dezelfde activiteit uitvoeren vanuit een té statische houding (zit).
Ergonomie en sportieve activiteit kunnen veel ellende voorkomen.

Rugschool :

we onderzoeken de houding van de patiënt en passen ons oefenschema aan. Raadgevingen voor het dagelijkse gebruik van de rug met tips omtrent heffen, autorijden, dagelijkse hygiëne,....

Ruptuur :

scheur in de weke delen. Dit kan zowel voorkomen in spierweefsel, gewrichtsbanden, pezen, gewrichtskapsel als in de meniscus. Er bestaat op dat moment echte beschadiging van de getroffen cellen. Vaak gaat dit gepaard met zwelling, bloeduitstorting en onvermogen om normaal te gaan bewegen en functioneren. Soms zie je naar een paar dagen een blauwe plek (ecchymose) verschijnen.

Top

Scoliose :

schuinstand van de wervelkolom in het links-rechtsvlak van ons lichaam. Bij een frontale Rx-foto zien we dat de wervelzuil geen rechte vormt, maar afwijkt naar links of rechts. Eventueel tekent zich een S-vorm af.
Een wervelzuil hoeft niet recht te zijn. Belangrijk is de soepelheid en de normale beweeglijkheid van alle gewrichtjes.

Shaving :

het opnieuw gladmaken van een gewrichtsvlak, d.m.v. een frees. Deze techniek wordt vaak toegepast tijdens een arhtroscopie. Zie "Arthroscopie".

 

Spierbuik :

Een spier is opgebouwd uit een begin-, en eindpees én een spierbuik, waar de eigenlijke spiervezels zich bevinden. Het is enkel deze buik die kan aanspannen. Hierbij glijden de verschillende vezelonderdeeltjes als vorken in elkaar, waardoor een spier korter wordt en iets breder.

Spierscheur :

zie "ruptuur".

Top

Stretching :

rekkingen van spieren. Bepaalde spieren en spiergroepen kunnen door éénzijdig bewegen gaan verkorten. Die verkorting veroorzaakt op zijn beurt verlies van soepelheid, met alle gevolgen vandien. Wij passen het gedissocieerd rekken toe, omdat ons lichaam asymmetrisch is en ook zo functioneert. Dit betekent concreet dat we altijd bilateraal onderzoeken en enkel de verkorte zijde onder handen nemen.

Subluxatie :

toestand waarbij de beweeglijkheid van een gewricht de grenzen van het normale overschrijdt. Beide gewrichtsonderdelen , de kop en de pan, vertonen de neiging te gaan luxeren (ontwrichten), maar ze doen dat (nog) niet.

Taping :

het aanleggen van een kleefverband op spieren en/ of gewrichten met de bedoeling druk te plaatsen en stevigheid en bescherming te bieden. Al naargelang de toestand en het beoogde effect wordt er al dan niet een rekbare tape gebruikt. Deze tape moet volgens een bepaald patroon worden aangelegd, na het scheren en vetvrij maken van de huid. Bij de gevoelige huidtypes moet een onderverband worden aangelegd vooraleer de klevende tape wordt gebruikt. Taping biedt enorm veel voordelen en kan gerust een gipsverband vervangen. Het biedt het grote voordeel dat de spieren en gewrichten niet verstijven, terwijl de patiënt vrij normaal én bovendien op een veilige manier kan functioneren.
Taping mag enkel en alleen aangelegd worden door opgeleide therapeuten. U kunt daarvoor bij ons terecht.

Tendinopathie :

letterlijk "ziekte van de pees", waarbij vooral de peesontstekingen voorkomen (tendinitis).

Top

Tenniselleboog :

een tendinopathie aan de buitenzijde van de elleboog.
Er bestaan verschillende types al naargelang de juiste plaats van de ontsteking. Uw huisarts geeft daar meer uitleg omtrent, vaak nà een echografie.

TENS :

transcutaneous electric nerve stimulation wordt bij ons toegepast om de pijn te dempen. Dit principe is gebaseerd op de tegenprikkeling en de lichaamseigen reactie op een externe pijnprikkel. Via twee plaatjes (electroden) geven we een lichte, heel specifieke stroomvorm. Onze patiënt bepaalt dan zelf welke intensiteit hij kan verdragen. Doelstelling is om de externe prikkel te laten overheersen boven de eigenlijke pijn. De dikkere zenuwvezels brengen de electrische prikkels naar de hersenen en overheersen zo de dunnere vezels die de pijninformatie doorgeven. Door een prikkel van buitenaf toe te dienen brengen we de zenuw wat in de war en "vullen" we die met prikkels die we zelf kiezen.
Deze behandeling werkt effectief en heeft een nablijvende werking. Uiteraard doet dit niks aan de oorzaak van de pijn, maar TENS werkt verzachtend/ pijnstillend.
Een TENS-apparaatje is maar zo groot als een pakje sigaretten en we plaatsen 2 of 4 plaatjes, die verbonden zijn met het toestel.

Tractie :

zie "Lengtetractie".

Trapeziussyndroom :

de Trapeziusspier of monnikskapspier is een grote spier die zich bevindt tussen de onderzijde van de schedel, beide schouderbladen en de middelste ruggewervels. Wanneer deze spier teveel gespannen staat kan ze pijnlijk worden en een normale nek- en schouderbeweeglijkheid afremmen. Zie ook "RSI".

Top

Ultrason :

hoogfrequente geluidstherapie, waarbij het ultrasontoestel een niet voelbare trilling afgeeft. Dit toestel doet denken aan de echografie.
Wij maken echter gebruik van de helende werking van deze vibraties. De lokale circulatie wordt gestimuleerd, er onstaat een pijndemping en de cellen worden als het ware gemobiliseerd. Trilling betekent lichte verschuiving en dat is bewegen.
Ultrason wordt toegepast bij tendinopathiën, scheuren en littekenweefsel. Dit uiteraard aangepast aan de concrete situatie. Zie ook "Fonoforese".

Verlamming :

totale uitval van de spierwerking door denervatie (de zenuw voor die spier doet het niet meer). Dit kan zowel vanuit de hersenen komen, als vanuit het ruggemerg. Dit noemen we dan centrale uitvalsverschijnselen. Perifere uitval onstaat buiten hersenen en ruggemerg. De verlamming is altijd afhankelijk van de plaats van de oorzaak en de hoeveelheid getroffen zenuwvezels.
Kinesitherapie is broodnodig en moet het spier- en gewrichtsstelsel onderhouden tot de zenuwen terug in staat zijn de functie over te nemen.
Electrostimulatie zit hier eveneens op zijn plaats.
Paralyse is de volledige zenuwuitval, terwijl bij een parese er toch nog spieractiviteit mogelijk is, zij het duidelijk verminderd.

Verrekking :

de vezels van de getroffen structuur (pees, spier, band) zijn verder uitgerokken dan normaal. Er is echter weinig of geen weefselschade.
Uiteraard kan er heel wat pijn optreden, maar het herstel gaat over het algemeen vlotter en sneller.

Top

Vertigo :

evenwichtsstoornissen die gepaard gaan met duizeligheid. Bij de goedaardige positie-vertigo passen we het Eppley-manoeuver toe. Daardoor normaliseren we de toestand in het binnenoor (slakkenhuis), met het herstel van het evenwichtsgevoel als gevolg. Zie"Eppley-manoeuver".

Verzwikking/ Verstuiking :

komt voor wanneer een bepaald gewricht verder moet bewegen, dan waarvoor het is bestemd. Elke beweging, elk gewricht heeft een eindstand. Eens daar voorbij onstaat er beschadiging van weefsel, zoals gewrichtskapsel, ligamenten en pezen. Eventueel kan dit zelfs gepaard gaan met breuken (afrukkingsfracturen).

Whiplash :

nekprobleem waarbij de wervelkolom door een snelle, hevige stoot te ver moet gaan bewegen. Het hoofd heeft een overdreven verre beweging gemaakt, waarbij eerst een overstrekking onstond gevolgd door een overbuiging (kin naar de borstkas). Daarbij komen vaak kleine spier- en gewrichtsbeschadigingen voor, die niet waarneembaar zijn op de Rx-foto's. Het klachtenpatroon kan heel divers zijn. Hoofd- en nekpijn zijn de meest gehoorde klachten bij een whiplash. Duizeligheid, evenwichtsproblemen, concentratiestoornissen, misselijkheid, braken, slecht zien, gevoelig voor licht en lawaai, het niet tegen veel drukte kunnen, energieverlies, vermoeidheid, tintelingen in armen en benen, stoornissen in de menstruatie en verminderde geslachtsdrift, enz...behoren tot de mogelijk gevolgen.
Deze kwetsuur komt veel voor bij kop-staartbotsingen in het verkeer.

Zona :

ontsteking van de fijne zenuwuiteinden in de huid. Deze virale aandoening kenmerkt zich door blaasvormige vlekjes, gegroepeerd in een bepaalde zone die zich aan één zijde van het lichaam of gelaat uitspreidt.
Herpes zoster of gordelroos kan al pijn veroorzaken nog voor de blaasjes zichtbaar worden. Eénmaal de blaasjes uitdrogen neemt de pijn af. In een aantal gevallen blijft er een zekere pijn aanwezig (postzonale pijn).
Toepassen van bepaalde electrotherapievormen kan pijnstillend werken.

Top